CODART, Dutch and Flemish art in museums worldwide

A painter of poems: Matthijs Maris

Exhibition: 23 May - 27 September 2009

Information from Suzanne Veldink, the guest curator of the exhibition, 23 June 2009

From 23 May until 27 September 2009, the Burrell Collection in Glasgow is displaying a selection of works on paper by the Dutch artist Matthijs Maris (1839-1917). All the exhibits are from the former private collection of the Glaswegian shipping merchant and collector Sir William Burrell (1861-1958), who, in a period of about forty years, brought together the most important Matthijs Maris collection outside the Netherlands. Many of these charcoal drawings, etchings, watercolours and pastels have not been on display for several decades.

The current display shows the main stages of Matthijs Maris’s artistic development. The exhibits range from detailed, early drawings made in The Hague and Antwerp, to etchings Maris created while working for the Scottish art dealer Daniel Cottier in the early 1880s, and impressive (charcoal) drawings stemming from the last phase of Maris’s career. Burrell seems to have been especially attracted to the mysterious character of this last group of works, in which the figures seem to dissolve into mist. The display explores the reasons for Burrell’s livelong interest in this artist, whose work he once described as “poems in paint”.

Finally, Burrell’s taste for Matthijs Maris is placed in a contemporary context by demonstrating that other nineteenth- and early twentieth century Scottish collectors, such as R.T. Hamilton Bruce and Percy Westmacott, were also under the spell of the poetic qualities of Maris’s art. This is exemplified by a double portrait Maris created of Westmacott’s daughters and a drawing of a reclining shepherdess, which once belonged to Bruce.


Van 23 mei tot 27 september 2009 presenteert The Burrell Collection in Glasgow een bijzondere tentoonstelling met werken op papier van Matthijs Maris (1839-1917). Alle werken zijn afkomstig uit de voormalige privĂŠcollectie van de Schotse scheepsmagnaat en kunstverzamelaar Sir William Burrell (1861-1958), die in veertig jaar de belangrijkste collectie van werken van Matthijs Maris buiten Nederland bijeen bracht. Voor veel van deze houtskooltekeningen, pastels, aquarellen en etsen is het tientallen jaren geleden dat zij voor het laatst tentoongesteld werden.

De tentoonstelling beslaat de belangrijkste periodes in de carrière van Matthijs Maris. Er zijn gedetailleerde jeugdwerken die Maris in Den Haag en Antwerpen maakte, etsen die ontstonden tijdens zijn verblijf bij de Schotse handelaar Daniel Cottier en imposante (houtskool)tekeningen waarin de figuren omgeven lijken door een mistwolk. Voor deze mysterieuze werken, die ontstonden in de laatste fase van Maris’ carrière en die in de ogen van kunstenaar nooit “af” waren, lijkt Burrell een voorkeur te hebben gehad. Tegelijkertijd verkent de tentoonstelling de redenen voor Burrells levenslange interesse in de kunstenaar, wiens werken hij eens beschreef als “poems in paint”.

Als laatste wordt Burrells smaak in een eigentijdse context geplaatst, waarmee aangetoond wordt dat ook andere negentiende- en vroeg twintigste-eeuwse Schotse verzamelaars zoals R.T. Hamilton Bruce en Percy Westmacott voor de dromerige werken van Matthijs Maris vielen. Zo hangt er op de tentoonstelling een dubbelportret van Westmacotts dochters.
Naast kunstwerken bevat de tentoonstelling ook een van de door Burrell zorgvuldig bijgehouden notitieboekjes. Hierin noteerde hij de aankoop van een in de tentoonstelling opgenomen houtskooltekening van Maris