De uitvinding van het landschap: Vlaamse landschapsschilderkunst van Patinir tot Rubens

The invention of the landscape: Flemish landscape painting from Patinir to Rubens Exhibition: 8 May - 1 August 2004

From the museum website

The landscape artists Jan Breugel, Paul Bril, Kerstiaan de Keuninck, Joos de Momper the Younger, Bonaventura Peeters the Elder and the Younger, Lucas Van Uden and Jan Wildens occupy an important place in the KMSKA’s collection. And yet the significance of landscape painting before, at the time of, and after Rubens is all too often neglected. This exhibition draws attention not only to the great Flemish landscape painters at the time of Rubens, but also to a few surprises in the development of landscape painting.

Museum information

De Vlaamse landschapschilderkunst kende vanaf haar ontstaan op het einde van de 15e en begin 16e eeuw, een lange evolutie. De landschappen ontwikkelden zich van pittoreske of fantastische achtergronddecors tot zelfstandig meesterwerken waaronder zeestukken, dorpsgezichten, woudlandschappen en havenzichten.

Omstreeks 1500 ontstaat het wereldlandschap. Dit type landschap ligt aan de oorsprong van de landschapschilderkunst, Joachim Patinir en Henri met de Bles zijn pioniers van dit genre. Karakteristiek voor het wereldlandschap is haar gezichtspunt: de blik wordt langs bergen en rivieren naar de horizon geleid. De menselijke figuur verzinkt in dit weidse panorama.

Schilders refereren ook veelvuldig aan morele aspecten. Een aantal vroege landschappen kan men beschouwen als een zoektocht naar de juiste levensweg, de zgn. levenspelgrimage. De nietigheid en de zinloosheid van het bestaan, de vergankelijkheid, de mens als speelbal van de natuurkrachten wordt o.m. bij Alexander Keirinckx vertaald in decoratieve en bizarre boompartijen en overwoekerde woudpaden.
Rond 1550 evolueert het panoramisch en spiritueel landschap naar een werkelijke weergave van het landschap. Het correct afbeelden van topografische markers als rotspartijen, rivieren, havens en dergelijke leidt ertoe dat het genre autonoom kan bestaan, zonder morele basis.
Pieter Bruegel de Oude had aandacht voor het Brabantse landschap, maar tekende op zijn Italië-reis ook veelvuldig Alpenlandschappen.

Kunstenaars zoals Pieter Pourbus legden een bijzondere interesse voor cartografie aan de dag. In andere schilderijen, tekeningen en prenten van Pieter Bruegel de Oude wordt de natuur beheerst en in banen geleid door de werkende mens als boer, herder en arbeider. Soms heerst er nog een morele ondertoon: het werk moet gedaan worden in het ‘zweet des aanschijns’.

17e-eeuwse schilders zoals Joos de Momper, Hendrik van Balen en Jan Brueghel I benadrukken de ideale natuur, het paradijs, met het evenwicht tussen natuur en mens. Hetgeen ook overheerst in de Rubeniaanse picturale opvatting van het bucolische Brabantse landschap waarin mens en natuur in harmonie bestaan. Het baroklandschap is de spiegel van levenskracht. Daarnaast baseert Peter Paul Rubens zich ook nog op de oudere traditie van emotionaliteit die tot uiting komt in de soms dreigende luchtpartijen en krachtige verftoetsen.

De uitvinding van het landschap: van Patinir tot Rubens 1520 – 1650 geeft de bezoeker enerzijds een chronologisch overzicht van de ontwikkeling van het landschap. Anderzijds wordt hij thematisch door de literaire en beeldbronnen geleid. De tentoonstelling is een ontdekkingstocht waarbij de werken op verschillende wijze benaderd kunnen worden: plezierige details verschaffen aangenaam kijkplezier; symboliek zet aan tot meditatieve bespiegelingen. De expositie was eerder te zien in Villa Hügel, Essen en in het Kunsthistorisches Museum Wien. Meer dan honderd schilderijen waaronder heel wat topwerken zoals Joachim Patinir’s Hl. Hiëronymus in een rotslandschap (Londen, National Gallery) en Het begin van de beschaving, van Cornelis van Dalem (Rotterdam, Museum Boijmans-van Beuningen), zijn samengebracht. Rubens is vertegenwoordigd met o.m. zijn Landschap met Psyche en Jupiter (i.s.m. Paul Bril), (Madrid, Museo del Prado); zijn Landschap met Meleager and Atalanta, (Madrid, Museo del Prado); het Landschap met galgen, (Berlijn Staatliche Museen) en Het Slotpark, (Wenen, Kunsthistorisches Museum). Even prachtig zijn de twintig prenten en tekeningen, waaronder werk van Pieter Brueghel I, Rivierlandschap bij Baasrode, (Berlijn, Kupferstichkabinett) en Rubens’ Wilg (Londen, British Museum).

Other venues

Essen, Villa Hügel (23 September-30 November 2003)
Vienna, Kunsthistorisches Museum (20 December-12 April 2004).