CODART, Dutch and Flemish art in museums worldwide

Rubens, een hedendaagse kunstenaar

Rubens, a contemporary artist Exhibition: 11 November - 15 December 2002

From the website of urbanmag.be, 29 March 2009

RUBENS VERSUS WARHOL
datum 11.11.2002
auteur Sam Steverlynck

Tot 15 december loopt in de IKOB in Eupen de tentoonstelling “Rubens, een hedendaagse kunstenaar” waarin etsen van de barokschilder geconfronteerd worden met moderne kunstwerken, vooral uit de Pop Art. Door die verschillende werken met elkaar te confronteren hoopt men te bewijzen dat Rubens best nog actueel is.
Onlangs hoorden we Rik Poot nog fulmineren op Canvas tegen de conceptuele kunst. Hij had het over “charlatans” en noemde de artistieke scène “een circus van clowns”. Hij ergerde zich vooral aan het feit dat conceptuele kunstenaars hun werken niet zelf uitvoeren maar laten realiseren door assistenten. Zoiets kan niet voor Poot en hij brak dan ook een lans voor de terugkeer van de ambachtelijke kunst. Hij heeft het moeilijk met het feit dat de idee van het kunstwerk en de uitvoering ervan gescheiden kunnen zijn. Dat dit fenomeen zo typisch is voor de conceptuele kunst en dus zijn oorsprong vindt in de (post)modernistische kunst, wordt in de tentoonstelling “Rubens, een hedendaagse kunstenaar” wat bijgesteld.

De tentoonstelling presenteert zich als de meest complete tentoonstelling over de gravurekunst van Rubens. Door een confrontatie met moderne werken, wil men aantonen dat er nog een actueel aspect is aan de werkwijze van Rubens. Het actuele van Rubens zien de organisatoren in het feit dat de breuk tussen idee en uitvoering dat zo kenmerkend is voor de moderne kunst, ook al voorkomt bij de Antwerpse schilder. Op het eerbetoon van latere generaties kunstenaars in de vorm van verwijzingen wordt minder ingegaan.

Ondanks het feit dat het nergens expliciet vermeld wordt, loopt de these van de marxistische cultuursocioloog Walter Benjamins “Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit” als een rode draad door de tentoonstelling. Benjamin stelt dat de aanvankelijke uniciteit van het kunstwerk enigszins verloren is gegaan door mechanische reproductie. Doordat het originele werk in veelvoud gereproduceerd wordt, verliest het unieke kunstwerk een deel van zijn magische aura. Positief is wel het feit dat brede lagen van de bevolking in contact kunnen komen met kunst. En daar was het de Pop Art kunstenaars en Andy Warhol in het bijzonder, die in deze tentoonstelling de hoofdmoot innemen wat betreft de moderne kunst, om te doen. Ze willen af van de fetisjistische deïficatie die het kunstwerk door de elite ondergaat. Het kunstwerk wordt bij de Pop kunstenaars gereduceerd tot consumptie middel. Dit iconoclasme leidt tot een degradatie van het beeld. Door het gebruik van de seriografie ontkracht Warhol de uniciteit van het kunstwerk. De Campbell soepblikken, die uiteraard niet op het appel ontbreken, zijn daar een sprekend voorbeeld van.

Het schisma tussen idee en uitvoering van het kunstwerk vindt dus niet haar oorsprong in de conceptuele kunst maar in de reproduceertechnieken. Men kan namelijk opperen dat in de poging om het werk in zo een grote mogelijk oplage te produceren, de persoonlijke hand van de kunstenaar minder sterk aanwezig is en het werk daardoor wat van zijn magistrale uitstraling verliest. De kunstenaar lijkt te vervreemden van zijn schepping. Wanneer Rik Poot stelt dat die breuk er vroeger niet was, drukt hij een nostalgisch verlangen uit naar een geïdealiseerde tijd waarin kunstenaars hun werken nog zelf uitvoerden als echte ambachtslui. Hij heeft het dan ook moeilijk met de breuk tussen “l’artisan” en “l’artiste”. De tentoonstelling illustreert dat de paradigmaverschuiving waarover Poot het heeft, vroeger in de tijd gesitueerd moet worden.

NV Rubens

Teneinde om aan de grote vraag naar zijn werken te beantwoorden, beschikte Rubens over een schare assistenten in zijn atelier. Zijn bekendste discipelen zijn uiteraard Van Dijk en Jordaens. Zij leverden haast lopende band werk, hetgeen vergelijkingen oproept met de werkwijze van Andy Warhol en diens Factory. Rubens maakte gebruik van de gravure, Warhol van de zeefdruk.. Als didactisch materiaal worden er van beide processen attributen getoond zoals drukplaten en zeefdrukken.

Rubens bedacht het concept van zijn etsen maar liet die uitvoeren door zijn leerlingen, net zoals conceptuele kunstenaars. Het collectieve aspect van zijn kunstproductie wordt in deze tentoonstelling onderstreept. De ets “De veldslag van de Amazones” is daar een schoolvoorbeeld van. Het concept is van Rubens, de tekeningen van Van Dijk en de uitvoering van de gravures van Vosterman.

De tentoonstelling begint met het enige schilderij van Rubens dat hier aanwezig is, een zelfportret met hoed. De kunstenaar kijkt ons met een zelfverzekerde blik aan. Ernaast hangt een werk van Ensor, waarin hij zichzelf opzettelijk voorstelt als Rubens. Daar tegenover hangt een zeefdruk die Warhol maakte als portret van Joseph Beuys, door de organisatoren bedacht met het belachelijke epitheton ornans “de kunstenaar met de hoed”. Ondanks het feit dat zowel Rubens als Warhol gebruik maken van reproduceertechnieken ontbreekt de persoonlijke toets bij Warhol. Het portret dat hij maakt van Beuys is gebaseerd op een foto. Het seriële van deze techniek wordt nog extra benadrukt door Beuys viermaal af te beelden. Zo wordt de lijn van Rubens naar Ensor en Warhol ietwat geforceerd aangegeven.

Handig is de hoofdtelefoon die men bij de rondleiding meekrijgt. Vaak dient die echter om op krampachtige wijze de aanwezigheid van een modern werk dat er wat bij de haren bij getrokken is, goed te praten. Wat een laat werk van Lichtenstein, dat een zeezicht moet voorstellen, hier komt doen is me ondanks de goedbedoelde uitleg nog steeds niet duidelijk. Het zou logischer geweest zijn indien men voor Ă©Ă©n van zijn stripdoeken geopteerd had. Zo zijn er wel meer bemerkingen te maken bij de aanwezigheid van een aantal moderne werken.

Bij Haring heeft men het over een “barokke verfexplosie” waarmee men er zich wel erg gemakkelijk vanaf maakt. Wel klopt het dat het werk van deze kunstenaar vooral populair is door de grote verspreiding in de vorm van posters, handdoeken en andere commerciële prullaria. De stelling over de reproduceerbaarheid wordt nog ten top gedreven door in het tentoonstellingsparcours dergelijke gadgets op te nemen. We zien muismatten, paraplus en koffiekoppen met daarop werken van Warhol en Haring. Ook zijn er een aantal Cola blikken opgesmukt door Delvoye en Panamarenko, een idee dat gepikt is van de Zweedse vodka producent Absolut. Het alledaagse gebruiksvoorwerp als drager van het kunstwerk, een moderne variant van de ets maar met een groter bereik.

In de conceptuele kunst is de kunstenaar vaak alleen de bedenker van het concept terwijl de uitwerking door derden wordt uitgevoerd. Marcel Broodthaers bijvoorbeeld stond bekend om zijn onhandigheid en had zonder zijn assistenten zijn werken niet kunnen realiseren. Wim Delvoye’s “Purple Concrete Mixer” werd wel bedacht door de kunstenaar, maar uitgevoerd door plaatselijke Maleisische houtarbeiders. Bovendien is de barokke versiering van de betonmolen een mooie knipoog naar ons rijk barokke verleden met Rubens als climax. Christo beschikt dan weer over een leger van ingenieurs en studenten voor de uitvoering van zijn ambitieuze inpakprojecten.

De mogelijkheid tot ongebreidelde reproduceerbaarheid heeft er wel toe geleid dat de informatie zo overweldigend wordt dat ze niet meer te bevatten is. Om die stelling te illustreren heeft men dan ook terecht voor een werk van Denmark gekozen, bij wie de veelheid aan informatie een centraal thema is. De tentoonstelling sluit af met een postkaart die Johan Van Geluwe stuurde naar Rubens, woonachtig in het Rubenshuis in de Rubensstraat te Antwerpen. Hij kreeg het kaartje terug met daarop de stempel: “woont niet meer op aangeduide adres”. Een mooi staaltje van Belgische humor.